'Buitenhof blijft mijn wijk'

Kees Vis woont al 45 jaar in de Gilliswijk in Buitenhof. Jarenlang zette hij zich actief in voor zijn buurt. Zéker toen die in de jaren tachtig op de schop ging.

Kees Vis en zijn vrouw Hanny verhuisden in 1975 naar Buitenhof. “Toen we hoorden dat er een flat aan de Schubertlaan vrijkwam, zijn we meteen naar de bouwvereniging gegaan; dat was toen St. Hippolytus. Later werd dit Delft Wonen en nu is het Woonbron. De woning is ideaal voor ons, nog steeds, net als de wijk zelf. Heel veel groen. Ontiegelijk veel winkels, een ziekenhuis, apotheek, politie – alles op loopafstand. En tegenwoordig ook nog een tram voor de deur.”

Oplossing

Het was niet alleen positief, aldus Vis. “De bergingsgangen onder de flats waren nog open. Jongens die zich verveelden spookten rond, je kon niet zien wat er gebeurde. Er waren brandjes, veel graffiti en bewoners voelden zich onveilig.”
In 1981 organiseerde St. Hippolytus een breed overleg in de wijk, om een oplossing te vinden. Vis: “Namens onze zeven flats zat er maar één persoon bij dat overleg. Kort daarop ben ik, samen met enkele andere bewoners, bij de bewonerscommissie gevraagd.”

Stortkokers

Er kwam een plan voor zogeheten rehabilitatiewerkzaamheden. “Een ingrijpend project. De bergingsgangen werden dichtgemaakt, met sloten op de kelderdeuren. De hallen kregen een opknapbeurt, de stortkokers voor vuilnis werden vervangen door vuilcontainers. Ook de buitenkant van de flats werd aangepakt, net als het groen en de infrastructuur van de buurt. De Gilliswijk werd een voorbeeld van stadsvernieuwing. Mensen kwamen vanuit andere steden hier kijken en er is zelfs een film over gemaakt.”

Groepjes

Het was een heel interessante en plezierige tijd, blikt Vis terug. “We overlegden met de bouwvereniging, gemeente, politie, brandweer, scholen, ondernemers… En natuurlijk zorgden we voor nauw contact met de bewoners. In alle zeven flats kwamen groepjes bewoners bij elkaar om te reageren op de plannen en de voortgang.”

Voldoening

Binnen drie jaar werd Vis secretaris van de bewonerscommissie. “Dat heeft me heel goed gedaan. Ik had geen kennis van dat soort zaken en heb toen heel veel geleerd. Ik volgde cursussen, zoals vergadertechnieken. Het gaf veel voldoening om te helpen met opbouwen. Je praat met mensen die het verschil kunnen maken. En ziet van dichtbij hoe een woningbouwvereniging functioneert en de rol van de gemeente daarbij.”

Luis

Vis zat er bovenop, vertelt hij lachend. “Ik controleerde álles. Toen de tekeningen voor de berging klaar waren, ging ik uitproberen of je er ook met een fiets of kinderwagen gemakkelijk in en uit zou kunnen komen. Niet dus. Daarop is het ontwerp aangepast. De directeur van St. Hippolytus noemde me zijn luis in de pels. Maar hij zei er meteen bij: en ik waardeer je zeer!”    

Heerlijk

De nauwe banden van toen zijn er niet meer, zegt Vis. “Een deel van de flats is verkocht en er is nu een vereniging van eigenaren. Maar al ben ik huurder, ik bezoek alle jaarvergaderingen.” Het blijft hoe dan ook ‘zijn’ wijk. “Ik woon hier heerlijk en voel me veilig – altijd gedaan. Er gaan zeker dingen fout, maar dat is in de hele samenleving zo. Wat elke wijk nodig heeft, zijn bewoners die zich ervoor inzetten. Ik heb het jarenlang met veel plezier gedaan. Maar ik deed het niet alleen hè!”

Foto: Remco Remeijer

Uw mening
Uw mening