‘Ik vind het nu fijn in de klas’

 

‘Ik wil leren’. Zo heet de campagne van Doe Weer Mee! en het Taalhuis Delft. De campagne begint maandag, in de Week van Lezen en Schrijven. En dat is niet toevallig. Want het doel is om mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, de klas in te krijgen.

250.000 Nederlanders van 16 jaar en ouder hebben moeite met lezen en schrijven. Tot voor kort was de 37-jarige Nicole Hollands één van hen. “Nou, nog steeds hoor. Maar ik ga stapje voor stapje vooruit. Mijn wereld wordt stapje voor stapje groter.” Hollands is woordblind. Na een paar regels lezen, beginnen de woorden voor haar ogen te ‘dansen’. “Mijn juffen en meesters op de basisschool zeiden dat ik niks mankeerde. Ik moest gewoon meer mijn best doen. Maar ik kon het gewoon niet. Ik kon niet meekomen met lezen en schrijven. En ook niet met rekenen trouwens. Ik wilde het liefst verdwijnen. Toen ik een jaar of 8, 9 was, hebben mijn ouders mij laten testen. Uitslag: zwaar dyslectisch.”

Niet op de juiste plek

Na de basisschool kwam ze terecht op een school voor kinderen met gedragsproblemen. “Ik zat daar niet op mijn plek. Ik had geen gedragsproblemen, maar leerproblemen. Dat zeiden de docenten ook. Maar er was niks anders voor mij, niks beters. De school stoomde me klaar voor werk met mijn handen. Na drie praktijkstages van een jaar, zou ik een vaste baan moeten kunnen krijgen. Dat gebeurde ook, ik kon aan de slag als winkelmedewerker. Met dank aan de winkelkassa. Want die kon precies aangeven hoeveel wisselgeld ik moest teruggeven.”

Inspreken

Eind goed, al goed? “Nee joh, ik ben pas net begonnen! Ik heb nu een lieve man, maar ik wil niet van hem afhankelijk zijn. Niet té afhankelijk in elk geval. Ik werk nog steeds in een winkel. Omdat ik voor mezelf wil kunnen zorgen. Ik wil kunnen lezen en schrijven en rekenen. Ik heb me er nooit voor geschaamd dat ik dat niet goed kan. Maar ik ken wel alle trucjes om als een ware goochelaar te verbergen dat je laaggeletterd bent. Bril thuis, geen tijd, ik lees het straks wel, noem maar op. Maar leve de spreekfuncties op mijn smartphone! Ik sprak op mijn telefoon in: ‘Moeite met lezen en schrijven’. En toen kwam de bibliotheek tevoorschijn.”

Gouden taalmaatje

Bij de bieb heeft ze haar verhaal verteld. “En ze hadden een taalmaatje voor me, Henny. Henny is goud waard! Ze helpt me met lezen, met schrijven, met rekenen. Ik heb nu ook een speciale dyslexie-bril, die me helpt concentreren. En als ik kijk hoe ik de afgelopen twee jaar ben gegroeid… Ik kan zo veel meer dan ik twee jaar geleden voor mogelijk hield. Ik durf meer, heb vertrouwen in mezelf.”

Wél op de juiste plek

Hollands is ook weer naar school gegaan, naar de Taal+school van ROC Mondriaan. Dat was wel een stap. “Jazeker, want ik had geen fijne schoolherinneringen. Maar waar ik me vroeger klein en onveilig voelde, voel ik me nu fijn en op mijn plek. We helpen elkaar ook in de klas, we willen iets maken van ons leven. En dat doen we ook, door gewoon die eerste stap te zetten. Dan komt de volgende stap vanzelf. Ik ben sinds een jaar ook taalambassadeur voor Mondriaan. Om aandacht te vragen voor laaggeletterdheid. En om mensen met een taalachterstand te stimuleren die eerste stap te zetten. Ik merk dat er steeds meer initiatieven komen om mensen te helpen met lezen en schrijven. Dus komen er steeds meer mogelijkheden om die eerste stap te zetten. Om weer mee te doen!”


Tijdens de Week van Lezen en Schrijven vraagt ook de gemeente extra aandacht voor laaggeletterdheid. De campagne ‘Ik wil leren’ richt zich op volwassenen die moeilijk Nederlands kunnen lezen en schrijven. En die ook te weinig digitale vaardigheden hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. Wilt u zélf gaan leren of kent u iemand die dat wil? Ga naar www.lezenenschrijven.nl/ik-wil-leren-delft.
(Foto: Fleur Beemster)