Nieuwjaarsspeech van de burgemeester

Lieve Delftenaren,

2021 ligt achter ons, een geheel nieuw jaar vóór ons. Een moment om stil te staan bij waar we staan. Ook een moment om ons af te vragen welke plannen we hebben, welke verlangens we koesteren, wat willen we realiseren in dit nieuwe jaar?

Hoeveel energie hebben we eigenlijk nog om zaken tot stand te brengen? Want laten we eerlijk zijn: ondanks de nog steeds groeiende economie en de komst van een nieuw kabinet bespeur ik bij veel mensen een zekere matheid en gelatenheid. Hoe lang verkeren we nog in de onzekerheid van een pandemie die veel langer duurt dan we ooit gedacht hadden. En waarvan het eind zoals het nu lijkt nog lang niet in zicht is?

Het plaatst ons voor een heel andere uitdaging dan waar we gewoonlijk in deze tijd voor staan: we willen iets bereiken en we gaan het bewerkstelligen, dat is het normale procedé, veel is immers inmiddels maakbaar. Zeker in een stad als Delft, waar dagelijks oplossingen worden bedacht voor de uitdagingen van vandaag en morgen, zijn we gaan geloven in die maakbaarheid.

Nu hebben we echter te maken met iets dat zich niet zomaar laat oplossen opdat wij ons leventje weer kunnen voortleven. Er wordt van ons gevraagd in plaats van de situatie naar ónze hand te zetten dat wíj́ ons aanpassen, dat wij vanzelfsprekende verworvenheden inleveren; de sky heeft een limit gekregen. En dat doet pijn.

Het is hier echter misschien wel de kunst van iets lelijk iets moois te maken. Want ons geloof in de maakbaarheid van het leven heeft ons ook een zekere afhankelijkheid gebracht. We zijn gehecht geraakt aan die maakbare toekomst. Wanneer we niet gelukkig waren in het hier-en-nu, konden we uitkijken naar een verre vakantie, een verjaardagsfeest, een promotie of een sabbatical en daar ons geluk uit putten. Maar met de onberekenbaarheid van het virus is ook de toekomst onberekenbaar geworden, kunnen we daar niet meer op bouwen en moeten we het vaker met het hier-en-nu doen. En hoewel dat even wennen is, kan het ook een kans zijn. En wellicht ontdekken we dan, dat niet alleen de toekomst aanknopingspunten geeft voor hoop en geluk, maar dat die ook in het hier-en-nu volop te vinden zijn.

Wat mooi is, is dat we in die afgelopen twee jaar in onze stad prachtige voorbeelden hebben gezien van mensen die zich daarvan bewust zijn, die nieuwe wegen gezocht hebben om die nieuwe werkelijkheid tegemoet te treden. Die in die onmogelijk corona-situatie niet bij de pakken neer gingen zitten maar nieuwe wegen ingeslagen hebben, nieuwe kansen gecreëerd hebben. Daar heb ik grote bewondering voor!

Het zal in de komende tijd aankomen op veerkracht, creativiteit, flexibiliteit. Maar óók op solidariteit, betrokkenheid, interesse voor elkaar.

De afgelopen twee jaar hebben wij ons steeds weer in kleine kringen moeten begeven. Dat is ten koste gegaan van ontmoetingen met anderen. Daar bedoel ik niet zozeer onze familie en vrienden mee: die zijn we vaak wel blijven zien. Nee, het gaat mij hier om de ontmoeting buiten de eigen kring. Die nieuwe collega met wie je onverwacht een verrassend leuk gesprek hebt over een onderwerp waar je eigenlijk nooit over nadenkt; die onbekende persoon die je op een vrijdagavond in een kroeg plots een heel levensverhaal vertelt; die oude mevrouw die tijdens een vrijwilligersactiviteit herinneringen ophaalt aan vroeger en wat zij in haar jeugd heeft meegemaakt. Het is de ontmoeting met de ander, het andere, wat ons als samenleving betrokken houdt, solidair maakt naar die andersdenkende, wat ervoor zorgt dat onze eigen kring niet een losstaande bubbel wordt.  

Maar waar die ongeplande ontmoetingen vroeger als vanzelfsprekend plaatsvonden en we zo bouwden aan onderlinge solidariteit en betrokkenheid, moeten we die nu actief opzoeken. Gelukkig vonden er de afgelopen twee jaar op allerlei plekken in onze stad mooie dingen plaats die daaraan raken. Dat was en is inspirerend, vaak ook hartverwarmend en enthousiasmerend. Het geeft hoop in tijden waarin de samenleving worstelt met polarisatie en onderlinge verdeeldheid. De kunst is om onszelf en anderen te bezielen met die voorbeelden, in beweging te brengen. Om in plaats van ons te laten intimideren door de bedreigingen nieuwe kansen op te zoeken, elkaar steun te geven, te laten zien dat er ook in deze tijd plaats is voor solidariteit, creativiteit, veerkracht en betrokkenheid.

Ik ben een geboren Rotterdammer, en dat raak je nooit meer kwijt (en wil ik ook beslist niet). Laatst was ik weer even in het stadhuis aan de Coolsingel, waar mijn ouders ooit aangifte deden van mijn geboorte, en daar zag ik opnieuw die prachtige wapenspreuk van Rotterdam: ‘Sterker door strijd’. Deze doet niets af van de pijn, de moeite, de desillusie waarmee velen, met name ook ondernemers in onze stad op dit moment te maken hebben, zij verdienen ons begrip, support en aandacht. Maar tegelijkertijd is het ook zaak niet bij de pakken neer te gaan zitten en samen sterk te staan. Dat is de uitdaging van het komende jaar voor onze stad.

Als gemeentebestuur willen we waar mogelijk support geven aan allen die kunnen bijdragen aan deze uitdaging. Van stimuleren van de zo belangrijke kenniseconomie rondom onze kennisinstellingen, tot het meedenken met middenstanders die het hoofd boven water moeten houden, tot het ondersteunend aanwezig zijn in onze wijken en buurten waar mensen zich op allerlei manieren inzetten om goed met elkaar samen te leven.

Onze stad barst van energie, betrokkenheid en innovatiekracht. Die moeten we benutten. De Jozefstraat in het centrum ligt inmiddels vol met gouden klinkers, die de rijkdom van Delft uitdrukken. Nee, niet in termen van klinkende munt. Deze klinkers staan symbool voor het grote aantal betrokken Delftenaren dat deze stad telt. Zij waren ook, of misschien wel juíst in het afgelopen jaar actief op allerlei terreinen, om mensen te steunen, initiatieven tot stand te brengen, de moed erin te houden. Zij zijn goud voor Delft!

Ik noem het prachtige initiatief ‘Buitenhof Bruist’, waar enthousiaste bewoners op tal van terreinen activiteiten ondernemen en daarmee bijdragen aan een levendige en betrokken gemeenschap. En de inzet van onze jonge studenten, die onconventioneel aan de slag gingen om Corona onder studenten te bestrijden en als mede-Delftenaar iets willen betekenen en afgelopen weken kerstpakketten rondbrachten bij eenzame ouderen.

Maar ook een prachtig voorbeeld vormt de grote particuliere gift voor de renovatie van Museum Prinsenhof. Vermogende Delftenaren die zich medeverantwoordelijk voelen voor de stad, rentmeester willen zijn voor dat wat van waarde is. Het was hartverwarmend en zette aan tot de beslissende stap om het Prinsenhof - na 70 jaar - klaar te maken voor de toekomst.

En de creatieve support van ondernemers onderling, zoals het wegnemen van de kosten van bezorgen voor de middenstand gedurende de laatste decemberweken door het Ondernemersfonds toen de lockdown opnieuw weer inging, een mooi initiatief!

Maar ook de trots dat onze innovatiekracht in Delft zich afgelopen jaar vertaalde in een grote investering van honderden miljoenen uit het nationaal groeifonds in de quantumtechnologie.

Een greep slechts uit vele mooie gebeurtenissen van het afgelopen jaar, maar vooral ook inspirerende voorbeelden om ook dit jaar onze schouders onder de huidige situatie te zetten en van 2022 een goed jaar van te maken.

Oud & Nieuw is achter de rug. Ik haal - eerlijk gezegd - altijd opgelucht adem als de nacht voorbij is zonder al te grote rampen. De voorlopige conclusie is gelukkig dat de jaarwisseling in Delft ook dit jaar overwegend goed is verlopen.

Dit had zeker te maken met de goede voorbereidingen vanuit de verschillende diensten en organisaties in de stad; van politie, brandweer, boa’s en andere gemeentelijke diensten tot de jongerenwerkers van Delft voor Elkaar en de buurtvaders van Buitenhof, die inmiddels al weer enkele jaren met hun aanpak zorgen voor een veel rustiger verloop van de oudejaarsnacht ter plekke dan dat we dit die in het verleden gewend waren. Allen heel veel dank!

Maar ook dank aan de vele Delftenaren die de jaarwisseling, passend bij deze tijd, in alle rust en kleine kring vierden.

Tot slot: In maart zijn er in het hele land weer gemeenteraadsverkiezingen. Dan mogen we naar de stembussen om een nieuwe gemeenteraad te kiezen, een groot goed. We nemen afscheid van een deel van de huidige gemeenteraad en verwelkomen nieuwe raadsleden, Delftenaren die de komende vier jaar bereid zijn een groot deel van hun vrije tijd in te zetten voor onze stad. Uit liefde voor Delft. Uit respect voor de democratie.

Delft mag trots zijn op haar gemeenteraad. Inzet, toewijding en liefde voor de stad zijn de sleutelwoorden en daarbij is er, ondanks vele discussies op het scherpst van de snede, sprake van harmonie en onderling respect. Lokaal bestuur vormt de basis van onze democratie. De nabijheid en verbondenheid met wijken en buurten, verenigingen en organisaties en de kans om heel direct betekenisvol te zijn in het leven van mensen maakt dat het lokaal bestuur een prachtige uitgangspositie heeft om bij te dragen aan de uitdagingen waar Nederland nu voor staat. Ik hoop van harte dat deze uitgangspositie in de komende jaren meer erkenning zal krijgen dan in de afgelopen jaren en dit zich ook financieel zal vertalen. Wij zullen ons als bestuur ten volle inzetten om dit te bereiken.

Kortom, er staat ons veel te doen!

Ik rond af met u als Delftenaren alle goeds toe te wensen voor dit nieuwe jaar.

Samen maken we Delft!

Burgemeester Marja van Bijsterveldt