Stadsecoloog blogt: de merel

Stadsecoloog Diny Tubbing blogt regelmatig over een bijzondere diersoort of plant in Delft. U leest waar deze dieren of planten gezien zijn en leert meer over hun gedrag en leefwijze. Deze keer: de merel.

In de tuin is van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds laat de uitbundige zang van een merel in de stad  te horen. Het mannetje zingt vaak vanaf een hoog punt, zoals in de top van een boom  of vanaf de dakrand.  

Glanzend zwart

De  mannetjes zijn goed te herkennen aan hun glanzend zwart verenkleed, een opvallend gele snavel en een gele kring rond het oog. De vrouwtjes en jongen zijn donkerbruin en zijn een beetje gevlekt. Een mannetje van een jaar oud heeft al het zwarte verenkleed, maar de snavel en de oog ring zijn dan nog onopvallend gekleurd en de vleugels bruin gekleurd.

Stadse merels en bosmerels

Oorspronkelijk zijn merels echte bosvogels en leefden ze teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Een deel van de merels heeft zich in de loop van de jaren aangepast aan de stad en ze komen nu ook vaak in tuinen  en in parken voor. Er is nog  wel een groot verschil tussen de ‘stadse’ merels en de ‘schuwe  bosmerels.

Nestplekken

Bosmerels bouwen hun nest in struiken of in de kruinen van lage bomen, zelden hoger dan twee meter. Een nest wordt grotendeels door het vrouwtje  gebouwd en bestaat uit een diep holletje van droog gras en mos en is afgewerkt met modder en fijn plantenmateriaal en gras. In de stad worden nesten  op de meest uiteenlopende plaatsen gevonden zoals op een uitstekende balk, op een raamkozijn, onder een afdak en in de dakgoot.

Eieren

Ze broeden van half maart tot begin augustus. In die periode leggen stadsmerels tot vier keer per jaar drie tot vijf eieren, in tegenstelling tot bosmerels die dit meestal maar twee keer per jaar doen. Dit verschil komt omdat er in de stad meer voedsel te vinden is dan in een bos. In ongeveer 12 à 15 dagen worden de eieren uitgebroed. De eieren zijn blauwgroen en bedekt met rood- of geelbruine vlekken.

Mereltjes

Jonge mereltjes zijn na de geboorte nog volledig naakt. Na ongeveer twee weken  hebben ze een volwaardig verenkleed en verlaten ze al het nest. Ze kunnen dan nog niet vliegen en worden dan vaak gepakt door katten of eksters. Ook brengen mensen onterecht deze hulpeloos lijkende jonge merels naar de vogel- en egelopvang. Na de geboorte zijn jonge merels  ongeveer drie weken voor hun voedsel afhankelijk van hun ouders. Merels worden gewoonlijk een tot vijf jaar oud.

Voedsel

Merels zijn alleseters. Zo eten ze wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. Vaak zijn ze hippend op de grond te vinden waar ze bladeren, gras en mos omwoelen.  Als de vogels op zoek zijn naar regenwormen houden ze hun kop scheef. Waarschijnlijk doen ze dat om het bodemleven te horen.

Alarmroep

Vaak is in plaats van de mooie zang, de alarmroep van merels te horen. Dit is een snelle opeenvolging van scherpe, harde, ratelende tonen, 'tsjink-tsjink-tsjink'. Dat blijft aanhouden tot het gevaar geweken is. In zo’n geval is er vaak een kat in de buurt te zien.    

Diny Tubbing
stadsecoloog

Uw mening
Uw mening