Stadsecoloog blogt over de veenmol

Stadsecoloog Diny Tubbing blogt regelmatig over een bijzondere diersoort of plant in Delft. U leest waar deze dieren of planten gezien zijn en leert meer over hun gedrag en leefwijze. Deze keer gaat het over de veenmol.

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik in de Delftse Hout het geluid van een veenmol hoorde. Onlangs kreeg ik de melding dat er meerdere exemplaren gehoord waren rond het trilveengebied langs de Tweemolentjeskade. Dit beestje is een insect.  De veenmol wordt ook wel aardkrekel of molkrekel genoemd.

Voorkomen in Nederland

In het westen van Nederland, en vooral in Zuid-Holland en Zeeland, is de veenmol vrij algemeen. Ze komen vooral voor in veenweidegebieden of in vochtige duinvalleien. Elders in Nederland is het een zeldzame soort, die op veel plaatsen verdwenen is. De voornaamste bedreiging voor de veenmol is verdroging van zijn leefgebieden. Ook is de soort gevoelig voor het gebruik van insecticiden. 

Zang

Net als sprinkhanen en krekels zingen de mannetjes van de veenmol om vrouwtjes te lokken. Dit zingen bestaat uit een luid, laag en vaak monotoon trillend geluid dat minutenlang wordt aangehouden. Ze zingen vaak op warme voorjaarsavonden in april tot juni vanaf de schemering tot diep in de nacht.  

Uiterlijk

Een veenmol is bruin van kleur, fluweelachtig behaard en wordt 3,5 tot 4,5 cm groot. Vrouwtjes zijn net wat groter dan de mannetjes. Ze hebben een krekelachtig achterlijf met twee uitsteeksels. Die uitsteeksels zijn tastorganen om te voelen en niet om te steken. Verder hebben ze opvallende grote, krachtige voorpoten met klauwen en kleine vleugels. De voorpoten lijken wat op die van een echte mol en worden gebruikt om snel te graven. Ze hebben ook twee paar vleugels.

Ondergronds

Veenmollen leven net als mollen vooral ondergronds. Ook graven zij een gangenstelsel waarbij ze net onder het oppervlak naar voedsel zoeken. Daarbij kunnen ze net zo gemakkelijk vooruit als achteruitlopen door nauwe gangen die ze hebben gegraven. Bovengronds gebruiken ze vaak stenen en stammetjes van bomen om onder te schuilen.

Voedsel

Veenmollen zijn alleseters. Ze eten vooral planten, wortels en blaadjes, maar ook andere dieren als insectenlarven en regenwormen. Ook eigen soortgenoten worden opgegeten. Zelf vallen ze geregeld ten prooi aan de ‘gewone’ mol, maar ook aan bijvoorbeeld uilen, eksters of katten.

Voortplanting

Om voort te planten maakt het mannetje veenmol eerst een holletje in de grond.  Voor zoveel mogelijk zonlicht wordt de beplanting boven het hol weg geknaagd. Het mannetje gaat vervolgens voor het holletje tjirpen. Het vrouwtje komt op het geluid af en vindt de paring plaats in het hol. Het vrouwtje legt tot 300 eitjes in een zogenaamde kraamkamer die ongeveer zo groot is als een kippenei. De moeder zorgt voor de eitjes en beschermt de jonge nimfen.  Na enkele weken verlaten de nimfen het nest. Ze moeten dan nog een paar keer vervellen, voordat ze volwassen zijn. Dit proces duurt wel anderhalf jaar.  Veenmollen kunnen ongeveer 2½ jaar oud worden.