‘Veteranen hebben een band met elkaar'

Op woensdag 28 september is het Veteranendag in Delft. Burgemeester Marja van Bijsterveldt ontvangt dan Delftse oud-militairen in het stadhuis aan de Markt. Eén van deze oud-militairen is Herman de Cock (47). Tussen 1994 en 1998 heeft hij in totaal 3,5 jaar in militaire dienst gezeten. Acht maanden lang was hij militair in Bosnië, in het voormalig Joegoslavië.

Bosnië

“Ik was 21 jaar toen ik ging”, begint De Cock zijn verhaal. “Ik had mijn militaire dienstplicht vervuld en wist daarna nog niet goed wat ik wilde gaan doen. Het was de tijd dat in Nederland de overgang was tussen dienstplicht en de vorming van een beroepsleger. Ik heb mij toen aangemeld als beroepsmilitair voor bepaalde tijd, de zogenoemde BBT’er. Ik was wel nieuwsgierig wat het werk zou inhouden. Achteraf zeg ik: het was een mooie tijd en ik heb zeker geen spijt gehad van mijn keuze.”

Vijandelijke artillerie

De Cock vertrekt naar het voormalige Joegoslavië en is onderdeel van de zogenoemde IFOR-troepen. Deze vredesmacht onder leiding van de NAVO moest toezien op de naleving van het Verdrag van Dayton dat een einde maakte aan de Bosnische burgeroorlog, een van de oorlogen in de jaren negentig van de vorige eeuw in voormalig Joegoslavië. Hij komt terecht bij de mortier-opsporingsradar, een onderdeel van de krijgsmacht dat als taak heeft vijandelijke artillerie te ontdekken. “Ik heb er veel geleerd”, zegt hij. “Ik ging erheen als jongen van 21, nog niet droog achter de oren, zoals ze zeggen. Ik ben er volwassen geworden. Toen mijn contract als BBT’er afliep, heb ik de militaire dienst verlaten. Ik werk nu als leidinggevende bij een beveiligingsbedrijf.”

Allemaal gelijk

De Cock reageerde in 2021 op een oproep in deze krant. De gemeente was op zoek naar mensen die wilden meedenken over activiteiten voor Delftse veteranen. “Toen ik dat las, dacht ik: dat lijkt me wel leuk, ik ga meehelpen. Want zo zijn veteranen; als je hulp nodig hebt, komen ze. We zijn altijd bereid om iets te doen. Ik ga ook ieder jaar naar de Nationale Veteranendag in juni in Den Haag en bezoek af en toe het Delftse Veteranencafé in café de Bonte Os aan de Voldersgracht. Daar komen we samen. Of je nu in de Tweede Wereldoorlog hebt gediend, Nederlands-Indië, Korea, Libanon, voormalig Joegoslavië of Afghanistan, veteranen onder elkaar zijn gelijk. Je voelt direct dat er een band is. Verder heb ik meegeholpen aan het vormen van een erewacht bij de Dodenherdenking in Pijnacker en op Bevrijdingsfestivals doe ik mee met het onderdeel ‘speeddaten met een veteraan’. Festivalbezoekers kunnen dan met ons in gesprek gaan om te weten te komen wat het is om als militair te hebben gediend.”

Ideeën

Op 28 september is hij erbij, op de Delftse Veteranendag. “Ik zal een korte toespraak houden en ik kijk er naar uit om de andere Delftse veteranen te ontmoeten. Dan kunnen we misschien ideeën uitwisselen, eens kijken wat we samen kunnen betekenen voor Delftse veteranen. Een eerste idee is er al: een anjerperk op het Bolwerk. Voor de – ik noem ze maar even de jonge veteranen - is het lastig om iedere maand naar het Veteranencafé op woensdagmiddag te komen. Veel van ons, net als ik, zijn dan gewoon aan het werk. Misschien kunnen we een platform oprichten of een stichting. Dat moeten we eerst voor elkaar krijgen. Daarna kunnen we kijken welke ideeën er leven.”


Erkenning en waardering

“In Poeldijk heb je bijvoorbeeld het Veteranen Ontmoetingscentrum Westland. Zoiets zou ook in Delft kunnen. Maar dat is natuurlijk niet één, twee drie geregeld. Met een beetje hulp van de gemeente kunnen we misschien iets moois opzetten als erkenning en waardering voor de Delftse veteranen. Niet elke veteraan zal behoefte hebben aan contact, maar we hebben wél een gezamenlijke ervaring: we streden voor de vrede en de vrijheid in Nederland maar ook voor vrede en veiligheid waar ook ter wereld. Dat schept een band tussen veteranen en die gaat nooit meer weg.”

Foto: Erwin Dijkgraaf

Uw mening
Uw mening