‘Vrijheid is niet vanzelfsprekend’

Zaterdag is het Nationale Veteranendag. Vanwege corona is deze dag voornamelijk te volgen op tv – zowel de NOS als omroep MAX en WNL besteden er aandacht aan. Nieuw Guinea-veteraan Gerard van Wageningen (82 jaar) is één van de 250 Delftse veteranen. Hij is zaterdag voor de buis te vinden. ‘Ik vind het belangrijk om het belang van Veteranendag door te geven aan jongeren.’

“Van 1958 tot 1960 diende ik in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea – patrouille varen, op zoek naar Indonesische infiltranten. Sinds ik in 1962 afzwaaide bij de Koninklijke Marine heb ik altijd meegelopen op Veteranendag en Bevrijdingsdag. Nou ja, tot 3 jaar geleden, want naarmate je ouder wordt, lijken de defilés telkens langer en zwaarder te worden...”

Blind vertrouwen

“Als veteraan heb je je in brandhaarden waar ook ter wereld ingezet, om het daar een beetje veiliger te maken, om mensen in vrijheid te kunnen laten leven. Dat konden we doen omdat we een blind vertrouwen in elkaar hadden – we vertrouwden ons leven toe aan onze maten. Dat zorgt voor een levenslange, intense band. Vrijheid is het waard om voor te vechten. En dat maakt het waard om degenen te gedenken en herdenken die hun leven hebben gegeven voor de vrijheid.”

Groot goed – hoge prijs

“Vrijheid is een groot goed, maar we moeten nooit vergeten dat daar ook een hoge prijs voor is betaald. In ons rijke Nederland lijkt vrijheid vanzelfsprekend, daarom is het goed om te blijven gedenken en herdenken. En om daar ook vooral jongeren bij te betrekken. Om hen te laten beseffen dat hun toekomst in vrijheid niet vanzelfsprekend is.”

Blij

“Veteranendag maakt me blij en bedroefd tegelijk. Blij, omdat ik mijn oude maten weer zie, blij vanwege de fijne gesprekken en lol die we met elkaar hebben – alsof we weer 20 zijn. Natuurlijk vind ik het wel jammer dat er telkens minder maten overblijven, dat we steeds meer maten herdenken en gedenken.”

Eerbetoon

“Delft heeft verschillende monumenten waar we degenen herdenken die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid en die van anderen. Het Indië-monument aan het Sint Agathaplein betekent veel voor mij. Ik beschouw het als een eerbetoon voor mijn gevallen maten. Ik zorg er ook voor, af en toe poetsen, verse bloemen brengen, in stilte herinneringen ophalen. Op 4 mei, tijdens de Dodenherdenking heb ik er, net als burgemeester Marja van Bijsterveldt, een bloemenkrans gelegd. Het was guur weer, de eigenaar van de Barbaar verraste ons met een warme kop koffie. Een mooi gebaar.”

Bloemen en…

“Ook de bloemenbon die de gemeente deze week naar alle Delftse veteranen heeft gestuurd, vind ik een mooi gebaar. Ik begrijp dat er vanwege corona momenteel weinig mogelijkheden zijn voor een Delftse veteranenbijeenkomst. Vóór corona vond die één keer in de twee jaar plaats, voorafgaand aan de Taptoe. Maar eerlijk gezegd kan de Taptoe mij gestolen worden. Ik wil mijn maten zien en spreken, weten hoe het met ze is. En de ‘Blauwe Hap’ moet blijven. Net als Veteranendag, zowel landelijk als lokaal.”

…blauwe hap

Burgemeester Marja van Bijsterveldt laat weten dat ze de Delftse veteranen graag persoonlijk had willen ontmoeten op een Delftse veteranendag. Vanwege corona is dat niet mogelijk. “Maar ik wil hun bijdrage voor vrede, veiligheid en vrijheid niet ongemerkt voorbij laten gaan. Daarom heb ik hun graag als dank en waardering een bloemenbon gestuurd. Ik wens hen ondanks de coronabeperkingen – weliswaar op afstand en thuis voor de buis – een mooie Nationale Veteranendag toe. En, beste Gerard, ik hoop u en alle andere Delftse veteranen volgend jaar weer te mogen verwelkomen op de Delftse Veteranendag, inclusief de traditionele ‘Blauwe Hap’!”