Vragen en antwoorden warmtenet

Vragen over het Delftse warmtenet

De woningcorporaties DUWO, Stedelink, Vidomes en Woonbron willen dat huurders nog lang prettig in Voorhof en Buitenhof kunnen wonen. In een goed en duurzaam verwarmd huis. Hiervoor komt er in Voorhof en Buitenhof waarschijnlijk een warmtenet. 

De woningcorporaties en de gemeente werken samen met het warmtenetwerkbedrijf NetVerder en warmteleverancier InWarmte aan de ontwikkeling van dit nieuwe warmtenet. De aansluiting op een warmtenet is een belangrijke stap om de woningen in Voorhof en Buitenhof aardgasvrij te kunnen maken. En dus klaar te maken voor de toekomst.

De vier woningcorporaties in Delft hebben laten onderzoeken wat de beste oplossing is om van het gas af te gaan. Het onderzoek richtte zich op de 70 woongebouwen in Voorhof en Buitenhof met een collectieve ketel. Hierbij delen  de bewoners één ketel met elkaar. De onderzoekers hebben verschillende duurzame opties met elkaar vergeleken.

De uitkomst van dit onderzoek is dat een warmtenet de beste oplossing is. Het is het meest geschikt en het best betaalbaar voor de in totaal ruim 5.000 huurwoningen. Dat komt onder andere omdat in de wijk veel woningen op een klein oppervlak staan. En omdat bewoners in deze gebouwen een gasketel delen. Dat maakt aansluiten op een warmtenet makkelijker.

In Delft zit warmte in de ondergrond. Dit heet ook wel aardwarmte of geothermie. Deze duurzame warmte komt uit de aardwarmtebron bij de TU Delft.

Warmtenet Delft wordt een open warmtenet. Dit betekent dat in de toekomst meerdere bronnen warmte kunnen leveren aan het net. Er vind onderzoek plaats of er in de toekomst een aansluiting komt op WarmtelinQ. Dit is de leiding die restwarmte uit de haven van Rotterdam naar andere plekken in Zuid-Holland verspreidt.

In Delft loopt de leiding van WarmtelinQ al onder de Prinses Beatrixlaan. Voorlopig is aardwarmte de enige bron. Dit levert ruim voldoende warmte, tot wel 10.000 woningen.

Om de woningen in de Voorhof en Buitenhof aan te kunnen sluiten, moet er eerst een warmtenet zijn. De mogelijkheden van een warmtenet onderzoeken we nu.

De ondergrondse leidingen van het warmtenet brengen warm water naar en in de wijk. Dat warme water kan huizen verwarmen. Ook is het te gebruiken voor warm water in de keuken en de badkamer.

Als de plannen doorgaan, krijgen eerst de gebouwen van de woningcorporaties een aansluiting op het warmtenet. Daarna volgen andere woningen.

Stedelink, Woonbron, Vidomes, DUWO, netwerkbedrijf NetVerder en energieleverancier InWarmte ontwikkelen het warmtenet. Dit doen zij in overleg met de gemeente.

We beginnen met het aansluiten van ongeveer 70 woongebouwen van de woningcorporaties Stedelink, DUWO, Vidomes en Woonbron op het warmtenet. Het gaat eerst alleen om de woongebouwen met een centrale gasverwarmingsketel. Dit noemen we blokverwarming. Woont u in een van deze gebouwen? Als de plannen verder zijn uitgewerkt, hoort u van uw woningcorporatie wat er gaat gebeuren en wanneer. 

Woont u in een laagbouwwoning van een corporatie, dus niet in een flat? En heeft u een eigen cv-ketel? Dan wordt u nog niet aangesloten. Later waarschijnlijk wel. Iedere woningcorporatie maakt hiervoor een eigen planning en aanpak. In uw woning zijn dan waarschijnlijk wel aanpassingen nodig. Als dit gaat gebeuren dan hoort u dat van uw woningcorporatie. 

Heeft u een koopwoning? Kijk dan verder in deze Q&A.

Nee, nog niet alles is zeker. In het voorjaar van 2024 nemen betrokken partijen een definitief besluit over het warmtenet. Als het warmtenet er komt, krijgen de huurwoningen binnen 2 tot 3 jaar warmte via dit warmtenet.

De samenwerkende partijen moeten nog een besluit nemen over de aanleg van het warmtenet. Besluiten ze dat het warmtenet er komt? Dan start NetVerder in 2024 met het aanleggen van de leidingen onder de grond.

Als het netwerk van ondergrondse leidingen klaar is, sluit NetVerder de woongebouwen aan op het warmtenet. Dit gebeurt in verschillende fasen. De woningcorporaties verwachten dat de eerste woongebouwen in het najaar van 2025 gebruikmaken van de nieuwe warmte.

Het aansluiten op het warmtenet gaat heel eenvoudig. De centrale gasverwarmingsketel (blokverwarming) wordt vervangen door een aansluiting op het nieuwe warmtenet voor het hele gebouw. Dit gebeurt in het bestaande, centrale ketelhuis. 

U merkt hier als bewoner weinig van. In uw woning verandert niets voor de aansluiting op het warmtenet. Zodra uw woongebouw een aansluiting heeft op het warmtenet, kunt u uw woning gewoon blijven verwarmen. Uw woning wordt net zo warm als nu.

In het eerste jaar dat u warmte uit het warmtenet krijgt, zijn de kosten voor warmte vergelijkbaar met warmte uit aardgas. Dit geldt bij een jaar met gemiddelde weersomstandigheden.

De woningcorporatie past steeds per 1 januari het voorschot aan. Of bij het begin van een nieuw stookseizoen. Dit blijft zo. Uw nieuwe voorschot vanaf het tweede jaar dat u warmte krijgt uit het warmtenet hangt af van verschillende kosten die de prijs van warmte bepalen. Zoals de elektriciteitsprijs, de gasprijs, energiebelastingen, lonen en materialen. De kosten die u betaalt voor warmte kunnen dan net als nu stijgen of dalen.

Dat verschilt per gebouw. Bij de meeste gebouwen is het aansluiten op het warmtenet voor de verwarming een eenvoudige ingreep. De verandering komt neer op het vervangen van een centrale gasverwarmingsketel door een collectieve aansluiting op het nieuwe warmtenet. Dat gebeurt buiten het stookseizoen, zodat bewoners daar weinig van merken.

Voor een deel van de woningen in Voorhof en Buitenhof valt de overgang op het warmtenet samen met een renovatie. Dan zijn er ook aanpassingen in de woningen zelf.

Huurt u van een woningcorporatie? Dan hoort u van uw corporatie wat er gaat gebeuren en wanneer.

Ook dat verschilt per gebouw. Een belangrijk deel van de huurwoningen van de vier woningcorporaties krijgen de komende jaren in ieder geval voor de verwarming van de woningen een aansluiting op het warmtenet.

Om helemaal aardgasvrij te worden, is het nodig ook het warm water en koken anders te regelen. Bij de meeste gebouwen gebeurt dat later.

Huurt u van een woningcorporatie? Dan hoort u van uw corporatie wat er gaat gebeuren en wanneer.

Uw woningcorporatie neemt contact met u op als de plannen klaar zijn. Heeft u nu al vragen? Neem dan gerust zelf contact op met uw corporatie.

Toestemming geven is niet nodig. De woningcorporaties is eigenaar van het gebouw en beslist hoe zij het gebouw verwarmt. U kunt niet zelf kiezen. De woningcorporatie heeft geen 70 procent instemming nodig. Het aansluiten valt namelijk onder het onderhoud.

Bent u woningeigenaar in een gebouw met een collectieve ketel en een Vereniging van Eigenaren (VvE)? Informeer dan bij uw VvE-bestuur.

Heeft u een koopwoning in Voorhof of Buitenhof zonder VvE? Fijn dat u belangstelling heeft. We zijn nog volop bezig om de plannen voor de 70 woongebouwen uit te werken. Dat blijkt een grote klus. Het idee is dat we eerst het warmtenet aanleggen en de 70 woongebouwen aansluiten. En dat we dan in overleg gaan met andere geïnteresseerden.

In een volgende fase kunnen ook particuliere woningeigenaren aansluiten. Maar dat duurt zeker nog een aantal jaren.

In de tussentijd zou u kunnen nagaan of er meer geïnteresseerden zijn in uw directe omgeving. Aansluiting van meerdere woningen tegelijk is voor u veel aantrekkelijker dan één individuele woning.

Is de aanleg van het warmtenet een stap verder? Dan krijgen ook woningeigenaren informatie over de mogelijkheden.

De aanleg van het warmtenet gebeurt eerst bij een aantal complexen van de woningcorporaties in Voorhof en Buitenhof. In een volgende fase kunnen ook particuliere woningeigenaren aansluiten. Maar dat duurt zeker nog een aantal jaren.

Om aan te sluiten heeft u dan een zogenoemde afleverset nodig. Dat is de koppeling van uw woning met het warmtenet die warm water vanuit het warmtenet in uw woning brengt. Daarmee kunt u uw huis verwarmen. Een cv-ketel is dan niet meer nodig. Ook kunt u het kraan- en douchewater verwarmen met warmte uit het warmtenet.

Uiteraard zijn voor het aansluiten op het warmtenet van uw woning ook verbindende leidingen nodig tussen de afleverset en de bestaande leidingen voor uw verwarming en warm water.

Wilt u in de toekomst aansluiten op het warmtenet? Dan betaalt u op dat moment een eenmalige bijdrage voor de aansluiting. Daarnaast betaalt u na aansluiten op het warmtenet:

  • een vastrecht
  • de kosten voor het warmteverbruik
  • de huur van de afleverset

De hoogte van de aansluitbijdrage en de tarieven van het vastrecht, het warmteverbruik en de huur van de afleverset zijn nog niet bekend.

Voor de aanleg van een warmtenet zijn werkzaamheden nodig in de openbare ruimte. Er komt een leidingennetwerk in de grond. De openbare ruimte, groenstroken en wegen gaan tijdelijk open om de leidingen erin te kunnen leggen.

Bij al het werk proberen we overlast zoveel mogelijk te voorkomen. Omwonenden en ondernemers krijgen vooraf informatie van de bedrijven die het werk gaat uitvoeren.

De gemeente werkt voor alle wijken aan het Warmteplan Delft en de wijkuitvoeringsplannen die daarbij horen. Daarin staat voor elke wijk welk alternatief voor aardgas de meest geschikte oplossing is.

De gemeente organiseerde in 2021 twee stadsgesprekken over het warmteplan. In dit plan staat hoe we de Delftse wijken tot aan 2050 aardgasvrij gaan maken.

De gemeenteraad heeft het warmteplan vastgesteld. De volgende stap is dat er voor elke wijk een warmte-uitvoeringsplan komt.

De gemeente maakt dit plan samen met de wijk en buurt. Dan komen er dus ook weer momenten dat u met de gemeente in gesprek kunt.

Algemene vragen over warmtenetten

Een warmtenet is een buizensysteem onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Dat water wordt verwarmd op een duurzame manier, die beter is voor het milieu. De duurzame warmte komt uit de warmtebron onder de grond bij de TU Delft. Dit heet aardwarmte (of geothermie).

Het buizensysteem met warm water brengt deze duurzame warmte naar de woningen. Met dit systeem kunnen we huizen in Voorhof en Buitenhof verwarmen. We gebruiken dan minder aardgas dan nu.

Geothermie het ook wel aardwarmte. Het is warmte uit diepe bodemlagen. Diep in de ondergrond, in poreuze zand- en steenlagen, zit op verschillende plekken in Nederland heet (zout) water. Hoe dieper in de aarde, hoe warmer het water wordt. Met iedere kilometer diepte stijgt de temperatuur met ongeveer 31˚C.

Deze warmte kunnen we gebruiken voor het verwarmen van onder andere gebouwen. Via een put, in Delft ongeveer 2,2 kilometer diep, pompen wehet hete water van zo’n 75 graden naar boven. Een grote warmtepomp warmt het water verder op zodat het geschikt is voor het warmtenet.

Warmtewisselaars dragen de warmte uit het bodemwater over op een gesloten buizensysteem (warmtenet) met daarin zoet water. Daarmee verwarmen we de gebouwen.

Het bodemwater koelt af naar zo’n 50 graden en gaat via een tweede put terug in dezelfde aardlaag. Dit is ondergronds op anderhalve kilometer van de andere put.

Er worden goede afspraken gemaakt zodat er niemand in de kou komt te zitten. Is er een storing bij de warmtebron (Geothermie Delft)? Dan is de warmtekrachtcentrale (WKC) van de TU Delft onder andere de back-up. Dit is ook zo tijdens onderhoud.

Nee, als huurder kunt u niet kiezen. De levering van warmte gaat net als nu via uw woningcorporatie. De woningcorporatie sluit een contract af met InWarmte. Dit bedrijf levert de warmte.

Vragen over warmtepompcentrale

GeoThermie Delft B.V. is een consortium van partijen die samen de geothermiebron ontwikkelen en de bijbehorende warmtepompcentrale. Het consortium bestaan uit de TU Delft, Energie Beheer Nederland (EBN), Aardyn en Shell Geothermal. 

De aardwarmte die GeoThermie Delft B.V. uit de grond haalt, heeft een temperatuur van ongeveer 75° C. Dat is te laag de gebouwen op de campus van de TU Delft en alle huishoudens te voorzien van voldoende warmte. De warmtepompcentrale verhoogt de temperatuur naar 90°.

De warmte die terugkomt, gaat weer in de grond. Hiervoor moet de temperatuur weer dalen. Ook dat doet de warmtepompcentrale.

De ontwikkeling van het warmtenet in Delft gaat in meerdere fasen. In de eerste stap krijgt een aantal woongebouwen van de woningcorporaties Stedelink, Woonbron, Vidomes en DUWO een aansluiting op een nieuw aan te leggen warmtenet. De aardwarmtebron Geothermie Delft B.V. levert de warmte via dat warmtenet aan die gebouwen. In totaal gaat het om ongeveer 5.000 woningen.

Het plan is om in een tweede fase nog eens ongeveer 10.000 woningen aan te sluiten. Voor die tweede fase zijn nog veel keuzes nodig. Maar het ligt voor de hand om ook die huizen met aardwarmte te verwarmen.

Hiervoor moet de warmtepompcentrale dan wel extra capaciteit krijgen. Als dat nu al gebeurt, heeft de warmtepompcentrale dus meer capaciteit dan eigenlijk nodig is voor de eerste fase. Dit heet overdimensionering. En omdat we de warmtepompcentrale hiermee klaarmaken voor de toekomst, is het een futureproof warmtepompcentrale.

GeoThermie Delft B.V. heeft een subsidie aangevraagd uit het Fonds Delft 2040.

Delft investeert in de toekomst. Hiervoor heeft de gemeente het Fonds Delft 2040 opgezet dat maatregelen stimuleert die waarde toevoegen aan de stad. De maatregelen staan in de zeven opgaven van Agenda Delft 2040.

Voor een gemeentelijk aandeel in deze initiatieven kunnen inwoners en organisaties bij het fonds een aanvraag indienen. Een onafhankelijke investeringscommissie beoordeelt de aanvragen en geeft advies aan de gemeenteraad. De gemeenteraad neemt het besluit het Fonds Delft 2040 een project financieel ondersteunt.  

GeoThermie Delft B.V. doet grote investeringen om de aardwarmte uit de ondergrond te halen. Ook het bouwen van de warmtepompcentrale kost veel geld. De verwachte opbrengsten zijn relatief laag. De extra capaciteit van de warmtepompcentrale kost ongeveer 4 miljoen euro.

DIt was voor het consortium al met al te veel geld om in dit stadium zelf op te brengen. Zeker ook omdat voor de tweede fase in de ontwikkeling van het warmtenet nog veel onzeker is.

GeoThermie Delft B.V. kon ook wachten tot er meer zekerheid zou zijn over die tweede fase. En dan de investeringen doen. Dan zou de extra capaciteit 8 miljoen euro kosten. Deze extra kosten zullen de duurzame warmte voor de Delftse inwoners duurder maken. Dit is ongewenst. 

Een onafhankelijke partij (Blueterra) heeft het hele plan en alle bedragen onderzocht. Blueterra heeft vastgesteld dat het plan en de bedragen realistisch zijn.

Alle investeringen voor het opwekken, transporteren en afleveren van de warmte komen terug in het tarief dat inwoners betalen. Komt de extra capaciteit niet direct bij de bouw maar in een later stadium? Dan zou dat 4 miljoen euro extra kosten. 

Dit bedrag zal terugkomen in de tarieven voor warmte die inwoners gaan betalen. Om die reden stelt het college aan de gemeenteraad voor om de subsidie te verlenen.

De gemeenteraad besluit of GeoThermie Delft B.V. de subsidie krijgt of niet. Verleent de gemeente de subsidie? Dan is de afspraak dat GeoThermie Delft B.V. de subsidie terugbetaalt bij het uitvoeren van de tweede fase. Dus als de ongeveer 10.000 extra woningen inderdaad een aansluiting krijgen.

Er is veel nog onzeker over die tweede fase. Daarom is er wel een risico dat GeoThermie Delft B.V. de subsidie niet terugbetaalt. Om dat risico te beperken heeft de gemeente afgesproken dat GeoThermie Delft B.V. zich dan zal inspannen om ook andere mogelijkheden te ontwikkelen voor de inzet van de warmtepompcentrale.